Alle onzin over zaadoliën weerlegd
Ultrabewerkt voedsel, deel 3
Dit is deel 3 van mijn serie over ultrabewerkte voeding. Lees vooral de eerste twee delen, mocht je dat nog niet hebben gedaan.
In deel 1 leg ik uit dat de term “ultrabewerkt voedsel” geen goede term is om te beschrijven hoe gezond of ongezond voeding is.
In deel 2 duik ik in de cijfers over ultrabewerkte voeding: welke specifieke vormen van ultrabewerkte voeding zijn schadelijk en moet je je zorgen maken als je bijvoorbeeld maar een klein beetje ultrabewerkt eet?
In dit derde deel ga ik het hebben over zaadoliën.
Een heerlijk, heikel punt, dat eerlijk gezegd ook nogal willekeurig aanvoelt. Want hoezo zijn zaadoliën zo speciaal? Waarom zijn deze een hele aflevering waard?
Nou, omdat de discussie over zaadoliën exemplarisch is voor de misverstanden die er ook heersen over ultrabewerkt voedsel in het algemeen. In deze discussie wordt te pas en te onpas geroepen dat zaadoliën funest voor je zouden zijn. Het is een van de meest drift rondgalopperende pseudowetenschappelijke paradepaardjes van ‘s lands prietpraatpiraten, mede omdat er ontzettend veel samenkomt bij dit onderwerp.
De drogreden dat wat natuurlijk is, ook gezond is voor je;
De vermeende schadelijkheid van ultrabewerkt voedsel;
De verwarring tussen correlatie en causaliteit;
Gecultiveerde onwetendheid die zich voordoet als expertise.
Ik zal proberen zo goed mogelijk uit te leggen waarom er helemaal niks mis is met zaadoliën en je met een gerust hart bijvoorbeeld zonnebloemolie kunt blijven gebruiken. En daarbij blootleggen waar de argumenten van het anti-kamp pijnlijk spaak lopen. En zo illustreren dat zaadoliën bovenal smeermiddel voor de verwarring tussen correlatie en causaliteit zijn.
Wat zijn het?
Zaadoliën zijn oliën die, verrassing, gewonnen zijn uit zaden.
In het algemeen gaat het online om de volgende producten, hoewel er meerdere zaadoliën zijn die er ook aan moeten geloven:
Zonnebloemolie
Maïsolie
Sojaolie
Koolzaadolie
Katoenzaadolie
Druivenpitolie
Rijstzetmelenolie
Saffloerolie
Deze worden samen ook wel schertsend The Hateful Eight genoemd.
Geheel onterecht, want deze producten zijn dikwijls dus juist hartstikke gezond.
Correlatie en causaliteit
En niet alleen gezond, ook relatief goedkoop en duurzaam. Daarom worden ze vaak verwerkt in ongezonde, ultrabewerkte voeding, zoals snoep, chips en wat niet al. En wordt er veel in gefrituurd.
Dat is direct een van de redenen dat zaadoliën verguisd worden: ze zitten veel in ultrabewerkte voeding en ultrabewerkte voeding is in overvloed ongezond. De redenering is dan: zaadoliën zijn in veel ultrabewerkt voedsel terug te vinden en ultrabewerkt voedsel is ongezond, dus zullen zaadoliën ook wel ongezond zijn. Daarbij wordt niet geschuwd te strooien met alarmistische grafieken, gretig aangehaald door types die zaadoliën willen neersabelen:
De consumptie van zaadoliën is de afgelopen decennia omhooggeschoten en o.a. welvaartsziekten zoals chronische aandoeningen en bepaalde vormen van kanker ook. Dat zal dan wel de schuld zijn van de zaadoliën, toch?
Nu is het zeker te stellen dat een veranderend dieet een factor is geweest in de groei van bepaalde ziekten, maar zeker niet de enige. En zelfs als je wel de oorzaak zou leggen bij enkel en alleen voeding - wat dus al niet zou kloppen - zou het dus vooral te wijten zijn aan hoe ultrabewerkt voedsel dikmakend kan werken, vanwege de suiker, het zout en het gebrek aan vezels, waardoor je er geen verzadigd gevoel van krijgt. En dankzij het hoge zoutgehalte bijvoorbeeld het risico op hart-en vaatziekten kan verhogen. Maar dat is dus niet de schuld van zaadoliën, die er toevallig ook in zitten.
Kortom, hier is sprake van een klassieke denkfout, namelijk de ‘non sequitur’. Het een volgt helemaal niet uit het andere. Om een voorbeeld te geven: in friet zit vitamine C. Is dagelijks een kilo friet verorberen slecht voor je vanwege de vitamine C die erin zit? Gaan we dan stoppen met vitamine C an sich? Nee, want slaat nergens op.
Correlatie is dus weer eens absoluut geen causaliteit. En dat is opvallend lastig te verteren voor types die het specifiek op zaadoliën hebben gemunt.
De tekst gaat verder onder deze schaamteloze zelfpromotie. Mijn kinderen moeten immers ook (zaadoliën) eten.
Schaamteloze zelfpromotie
Kan je dit gratis artikel waarderen?
Overweeg dan een donatie, als je mij financieel wil steunen. Of beter nog: word lid van de betaalde nieuwsbrief, dan krijg je er iets voor terug.
Omega’s
Daarbij wordt ter bangmakerij vaak de verhouding tussen omega 6-en omega 3-vetzuren aangehaald. Dit zijn essentiële, meervoudig onverzadigde vetten die cruciaal zijn voor allerlei lichaamsprocessen.
Omega 6-vetzuren zijn nodig voor de opbouw van cellen en het reguleren van ontstekingsreacties. Die krijgen we binnen via plantaardige oliën zoals zaadoliën en dus ook bewerkte producten.
Omega 3-vetzuren zijn essentieel voor o.a. de hersenfuncties en het hart. Het zit in o.a. in vette vis en lijnzaad.
De claim die critici maken is als volgt.
Zaadoliën zijn rijk omega 6-vetzuren (specifiek linolzuur), die bijvoorbeeld het risico op hart-en vaatziekten verlagen. Omega 6-vetzuren kunnen we zelf niet aanmaken en moeten we dus uit onze voeding halen. Deze zijn gezond, maar niet zo gezond als omega 3-vetzuren, die nog beter zijn in het verlagen van het risico op diezelfde hart- en vaatziekten. Als je veel omega 6-vetzuren binnenkrijgt, dan gebruikt het lichaam vooral deze en niet de “betere” omega 3-vetzuren.
Vroeger aten we pak ‘m beet evenveel omega 6 als omega 3, maar die verhouding is de laatste eeuw flink veranderd, door een veranderd eetpatroon. Zo zou deze nu eerder 20:1 of 15:1 zijn dan 1:1. Deze verstoorde verhouding veroorzaakt ontstekingen, waarop de conclusie luidt: de oorzaak van de groei van chronische welvaartsziekten is de consumptie van omega 6-vetzuren ( dus de consumptie van zaadoliën). Niet zelden wordt de redenering vergezeld door een stompzinnig plaatje.
Dit is een mechanisme dat continu wordt aangehaald en het lijkt ergens logisch, vooral omdat er wel degelijk onderzoeken zijn waaruit blijkt dat een verhouding tussen de omega’s die dichter tegen 1:1 ligt, ook weer gepaard gaat met een betere gezondheid.1 Maar dit is wederom causaliteit verwarren correlatie.
Een verhoogde omega 3-inname an sich is namelijk vaak al goed voor de gezondheid, met als bijeffect dat de verhouding 6:3 ook weer kleiner wordt. Maar het is dus niet de verhouding die de katalysator is. Omega 3 is gewoon over de algehele linie iets gezonder dan omega 6, maar dat betekent niet dat laatstgenoemde direct ongezond is. Voor een uitgebreide analyse verwijs ik je graag door naar dit artikel van voedingswetenschapper Coen Dros, bekend als @coenfirmationbias op Instagram.
Ontstekingen
Je kunt er zo diep op ingaan als je wil, onder de streep blijft het mechanistisch geconfabuleer dat niet valt te rijmen met de realiteit. De realiteit leert ons namelijk dat plantaardige oliën an sich of linolzuur specifiek, helemaal niet de ontstekingswaarden omhoog gooien en zelfs verlagen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit deze review2 van 37 klinische onderzoeken, waarbij (consumptie van) van verschillende soorten vetten werd vergeleken. Uit een aantal aangehaalde onderzoeken rolt zelfs dat de plantaardige variant eerder ontstekingsremmend werkt. En ook nog eens voor minder leververvetting zorgt.
Dierlijke vetten komen daarbij juist als funest voor de gezondheid uit de bus gerold.
In een meta-analyse van 30 onderzoeken3 naar linolzuur en ontstekingsmarkers blijkt dat ook linolzuur ook helemaal niet ontstekingsbevorderend is.
Daarbij zou je haast vergeten dat ontstekingen in essentie helemaal niet slecht zijn. Als je immuunsysteem detecteert dat je lichaam wordt aangevallen, kan dit worden aangepakt door middel van ontstekingsreacties. Ontstekingen worden alleen een probleem als ze veel te vaak plaatsvinden of niet meer te remmen zijn door bijvoorbeeld een auto-immuunziekte. Het is een beetje alsof je beweert dat de brandweer verantwoordelijk is voor branden, waar brand is zie je immers de brandweer.
De hyperfocus op linolzuur en de verhoudingen tussen omega 6 en omega 3 doen er daarbij niet zozeer toe, want als we gewoon naar de gezondheidsuitkomsten in klinische onderzoeken, zien we dat zaadoliën consumeren bijna louter een positief effect heeft.
Ik schrijf “bijna”, want er is ook literatuur waaruit het tegengestelde blijkt, bijvoorbeeld een meta-analyse4 waaruit zou blijken dat zaadoliën wel degelijk funest zijn. Maar, je verwacht het niet, daar is wel een en ander op aan te merken. Voedingswetenschapper Coen Dros schreef ook hier een uitvoerige analyse over. Conclusie: er klopt niet zoveel van.
Onderzoeken
Daarbij zijn de onderzoeken waaruit blijkt dat zaadoliën in het algemeen gezond zijn, talrijk.
Er wordt bijvoorbeeld veel beweerd dat je niet moet bakken in of met zonnebloemolie, maar er is volop bewijs te vinden die het tegengestelde zegt. Bijvoorbeeld een kleinschalig onderzoek5 naar mannen met overgewicht. Hier kregen de manen de ene testdag een muffin met verzadigde vetten uit vijftig gram boter en de andere testdag een muffin met meervoudig onverzadigde vetzuren uit vijftig gram zonnebloemolie. Beide muffins hadden verder evenveel calorieën. Resultaat: de botermuffin leidde tot een flinke stijging in meerdere ontstekingsmarkers, de zonnebloemmuffin leidde tot ofwel geen stijging, ofwel een minder hoge stijging. In het algemeen, over alle gemeten markers, had de zonnebloemmuffin betere gezondheidsuitkomsten.
Of neem een onderzoek6 naar 61 proefpersonen, waarbij een dieet rijk aan verzadigde dierlijke vetten werd vergeleken met een dieet rijk aan onverzadigde, plantaardige vetzuren (met name zonnebloemolie). Het gewicht bleef in beide groepen gelijk, plantaardige dieet leidde tot minder leververvetting, lager LDL-cholesterol en verbetering op specifieke stofwisselingsgerelateerde markers.
Dit zijn kleinschalige onderzoeken, maar er zijn gelukkig ook grootschalige. In 2019 werd een gigantische studie7 gepubliceerd, waarin het linolzuurgehalte in het bloed werd gemeten bij 68000 deelnemers verspreid over 30 cohortstudies in 13 landen, waarbij jarenlang de gezondheid van de deelnemers werd bijgehouden, soms tot wel 30 jaar. Wat blijkt: de mensen met het meeste linolzuur hadden lagere kans op hart-en vaatziekten. Ook interessant: hier had een hoge of lage omega 3-waarde geen impact op de uitkomst.
Uit meerdere grote cohortstudies8 9 10 11blijkt dat een hogere inname van omega 6-vetzuren gepaard gaat met een lager risico op hart-en vaatziekten.
Dit is natuurlijk observationeel, dus het bewijst geen causaal effect. Daarvoor hebben we klinische onderzoeken nodig, zoals degenen hierboven beschreven. En kijk ook eens naar deze meta-analyse12 van 102 voedingsstudies en in totaal meer dan vierduizend proefpersonen, waarbij de samenstelling van het dieet werd veranderd en de energie-inname gelijk werd gehouden. Wat blijkt: plantaardige vetten hadden het gunstigste effect op o.a. het metabolisme.
Dit zijn echt aantallen die de discussie wat mij betreft beslechten. Kijk je objectief naar de onderzoeken en de data, dan kun je absoluut niet anders concluderen dat zaadoliën gewoon gezond zijn en dat er geen enkele reden is om ze geheel te vermijden.
Zet daar tegenover alle halvegaren die roepen dat zaadoliën ontstekingen bevorderen en zo aan de wieg staan van allerlei ziektes. Daar is geen enkel fatsoenlijk bewijs voor. Tegelijkertijd roepen ze dat je veel beter verzadigde vetten uit bijvoorbeeld boter kunt nuttigen, terwijl nou juist ook weer uit een verbluffende hoeveelheid cijfers en wetenschap blijkt dat veel verzadigde vetten eten je LDL-cholesterol verhoogt en dat weer bijdraagt aan het risico op bijvoorbeeld hart-en vaatziekten. Het gaat dus, kortom, weer eens helemaal nergens over.
Bij misinformatie met betrekking tot medische zaken of voeding is er vaak wel een kern van waarheid terug te vinden in de onzin. Dat is in deze eigenlijk niet het geval. Het is gesjoemel in de marge met onderbuikgevoelens, correlaties en drogredenen.
Er is een kanttekening: je moet zaadoliën niet meermaals verhitten voor consumptie.13 Een of tweemaal opnieuw verhitten zal niet veel kwaad doen, maar doe je het veel vaker, dan kunnen zaadoliën uiteenvallen in schadelijke stoffen, zoals zogeheten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs), waarvan overmatige consumptie wel is gelinkt aan allerlei vormen van kanker. Bak dus gerust friet in plantaardige oliën, maar gebruik diezelfde olie niet keer op keer op keer.
Bewerking
Alsof bovenstaande nog niet genoeg is, is er ook nog eens kritiek op de bereiding van zaadoliën. In plaats van persen, wordt zaadolie doorgaans via een chemisch proces gewonnen, waardoor sporen van bepaalde oplosmiddelen in de olie kunnen achterblijven. De minuscule hoeveelheden zijn compleet veilig, toch wordt zaadolie vanwege deze sporen gretig als giftig bestempeld.
Ook zou er door chemische bereiding minder antioxidanten in de olie zitten. Dit klopt, dat maakt de olie iets minder gezond, maar betekent absoluut niet dat het slecht voor de gezondheid of zelfs giftig is. Als dat wel zo was geweest, hadden we dat natuurlijk ook teruggezien in alle hierboven aangehaalde onderzoeken en analyses.
Zo wordt bijvoorbeeld beweerd dat er hexaan in zit en dat dat ook in benzine zit. Dat wil je toch niet eten?
Het is een dubbeldom argument, aangezien er helemaal geen hexaan in het eindproduct zit, het verdampt namelijk volledig, en het ook überhaupt niet zoveel uitmaakt of een bestanddeel ook in een ander product zit. Er zijn tal van stoffen die in gezonde voeding zitten, die bijvoorbeeld ook in gootsteenontstopper, verfverwijderaar of dus benzine zitten. Om maar wat te noemen: baking soda zit ook in allerlei “chemische” schoonmaakproducten. In sommige cosmetica zit vitamine A. Maakt dat dat je het niet meer in voeding wil? En waarom geldt deze redenering niet de andere kant op? Dierlijke vetten worden ook gebruikt in industrieel smeermiddel. Dat is dan wel helemaal bon ton? Kortom: een kulargument. Het is chemofobie, het wetenschappelijke neefje van xenofobie. Wat je niet kent, is meteen eng. En die angst wordt meteen op anderen overgebracht. Gezondheidspopulisme pur sang.
In deze video (15.000 likes en 600.000 keer bekeken op TikTok) legt archetype gezondheidspopulist Richard de Leth in het kader van margarine uit dat margarine hartstikke ongezond is, omdat het vol zit met linolzuur en één bewerkingsstap verwijderd is van vloeibaar plastic (?).
Dit is dus iemand die zich voordoet als voedingsexpert, podium krijgt van Arie Boomsma en vervolgens niet alleen de aantoonbare onzin verkondigt dat linolzuur giftig is, maar dit ook nog eens kracht denkt bij te zetten door de vergelijking te maken met plastic. Dat doet het namelijk lekker bij het “kritische” publiek. Maar dan snap je dus fundamenteel niet hoe chemie werkt. Hoe chemische stoffen werken. Hoe wetenschap werkt. Ozon is hartstikke giftig en scheelt maar een enkel zuurstofatoom van zuurstof. Moeten we dan maar stoppen met ademen? Een mens lijkt genetisch gezien voor zo’n 98 procent op een varken, moeten we dan maar in de modder rollen de hele dag?
Het is dit soort chemofobische retoriek waar de zaadoliehekelaars (maar ook critici van margarine, je kunt er bijna exact eenzelfde artikel over schrijven) het van moeten hebben - ze hebben inhoudelijk immers geen poot om op te staan. Want, nogmaals: was de bewerking op een of andere manier toch schadelijk geweest, hadden we dat dus in de cijfers teruggezien, zoals hierboven. Daar gaat het immers uiteindelijk om, toch? Gezondheidsuitkomsten.
Oliedom
Dit soort types kunnen zich enkel en alleen bedienen van specifieke mechanismes, zoals het bij nadere inspectie niet eens inhoudelijke correcte geneuzel over ontstekingen. Maar, en daar springt de ironiemeter weer omhoog, ze noemen zichzelf holistisch terwijl ze nimmer kijken naar het grotere plaatje. Uit het grotere plaatje blijkt namelijk dat zaadoliën gewoon gezond zijn. Ze zullen zelf ongetwijfeld vinden dat ze wél naar het grotere plaatje kijken door bijvoorbeeld de groei in chronische ziektes erbij te pakken, maar daarmee illustreren ze dus wederom enkel en alleen maar dat ze het verschil tussen correlatie en causaliteit niet snappen. Tuurlijk: je kunt makkelijk stellen dat als je alle producten met zaadoliën vermijdt, je gezondheid er waarschijnlijk op vooruitgaat. Maar dat komt dus omdat je dan grotendeels ultrabewerkt voedsel vermijd.
Kortom, zaadoliën zijn an sich gezond, maar kunnen dus heel goed in producten zitten die doorgaans ongezond zijn. Ze kunnen even goed in producten zitten die hartstikke gezond zijn. Ze illustreren perfect hoe makkelijk het is verwarring te zaaien over specifieke voedingsproducten en hoe een verkeerd begrepen onderwerp als ultrabewerkt voedsel daar aan bij kan dragen.
Zaadoliën passen hartstikke goed in een gezond dieet, zolang je maar niet hele flessen leeglurkt, maar het gebruikt om in te bakken (niet meermaals) en bijvoorbeeld als dressing. Daarbij is het niet alleen gezonder, maar ook nog eens een stuk duurzamer dan dierlijke varianten.
Tot zover aflevering 3 van mijn serie over ultrabewerkte voeding. Tot de volgende!
Kan je dit gratis artikel waarderen?
Overweeg dan een donatie, als je mij financieel wil steunen. Of beter nog: word lid van de betaalde nieuwsbrief, dan krijg je er iets voor terug.
Referenties
Simopoulos, A. P. (2008). The importance of the omega-6/omega-3 fatty acid ratio in cardiovascular disease and other chronic diseases. Experimental Biology and Medicine, 233(6), 674–688. https://doi.org/10.3181/0711-MR-311
Lees vooral dit artikel van voedingswetenschapper Coen Dros waarom deze review rammelt.
Telle-Hansen, V. H., Christensen, J. J., Ulven, S. M., Holven, K. B., & (etc., overige auteurs indien meer) (2017). Does dietary fat affect inflammatory markers in overweight and obese individuals? — A review of randomized controlled trials from 2010 to 2016. Genes & Nutrition, 12, 26. https://doi.org/10.1186/s12263-017-0580-4
Su, H., Liu, R., Chang, M., Huang, J., & Wang, X. (2017). Dietary linoleic acid intake and blood inflammatory markers: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. Food & Function, 8(9), 3091–3103. https://doi.org/10.1039/c7fo00433h
Ramsden, C. E., Hibbeln, J. R., Majchrzak, S. F., & Davis, J. M. (2010). n-6 fatty acid-specific and mixed polyunsaturate dietary interventions have different effects on CHD risk: A meta-analysis of randomised controlled trials. British Journal of Nutrition, 104(11), 1586–1600. https://doi.org/10.1017/S0007114510004010
Masson, C. J., & Mensink, R. P. (2011). Exchanging saturated fatty acids for (n-6) polyunsaturated fatty acids in a mixed meal may decrease postprandial lipemia and markers of inflammation and endothelial activity in overweight men. The Journal of Nutrition, 141(5), 816–821. https://doi.org/10.3945/jn.110.136432
Bjermo, H., Iggman, D., Kullberg, J., Dahlman, I., Johansson, L., Persson, L., Berglund, J., Pulkki, K., Basu, S., Uusitupa, M., Rudling, M., Arner, P., Cederholm, T., Ahlström, H., & Risérus, U. (2012). Effects of n-6 PUFAs compared with SFAs on liver fat, lipoproteins, and inflammation in abdominal obesity: A randomized controlled trial. The American Journal of Clinical Nutrition, 95(5), 1003–1012. https://doi.org/10.3945/ajcn.111.030114
Marklund, M., Wu, J. H. Y., Imamura, F., Del Gobbo, L. C., Fretts, A., de Goede, J., Shi, P., Tintle, N., Wennberg, M., Aslibekyan, S., Chen, T.-A., de Oliveira Otto, M. C., Hirakawa, Y., Eriksen, H. H., Kröger, J., Laguzzi, F., Lankinen, M., Murphy, R. A., Prem, K., Samieri, C., … Risérus, U. (2019). Biomarkers of dietary omega-6 fatty acids and incident cardiovascular disease and mortality: An individual-level pooled analysis of 30 cohort studies. Circulation, 139(21), 2422–2436. https://doi.org/10.1161/CIRCULATIONAHA.118.038908
Hu, F. B., Stampfer, M. J., Manson, J. E., Ascherio, A., Colditz, G. A., Speizer, F. E., Hennekens, C. H., & Willett, W. C. (1997). Dietary fat intake and the risk of coronary heart disease in women. New England Journal of Medicine, 337(21), 1491–1499. https://doi.org/10.1056/NEJM199711203372102
Mozaffarian, D., Micha, R., & Wallace, S. (2010). Effects on coronary heart disease of increasing polyunsaturated fat in place of saturated fat: A systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. PLoS Medicine, 7(3), e1000252. https://doi.org/10.1371/journal.pmed.1000252
Jakobsen, M. U., O’Reilly, E. J., Heitmann, B. L., Pereira, M. A., Bälter, K., Fraser, G. E., Goldbourt, U., Hallmans, G., Knekt, P., Liu, S., Pietinen, P., Spiegelman, D., Stevens, J., Virtamo, J., Willett, W. C., & Ascherio, A. (2009). Major types of dietary fat and risk of coronary heart disease: A pooled analysis of 11 cohort studies. American Journal of Clinical Nutrition, 89(5), 1425–1432. https://doi.org/10.3945/ajcn.2008.27124
(Dit is een verzameling van 11 cohortstudies)
Praagman, J., Beulens, J. W. J., Alssema, M., Zock, P. L., Wanders, A. J., Sluijs, I., van der Schouw, Y. T. (2016). The association between dietary saturated fatty acids and ischemic heart disease depends on the type and source of fatty acids in the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition–Netherlands cohort. American Journal of Clinical Nutrition, 103(2), 356–365. https://doi.org/10.3945/ajcn.115.122671
Imamura, F., Micha, R., Wu, J. H. Y., de Oliveira Otto, M. C., Otite, F. O., Abioye, A. I., & Mozaffarian, D. (2016). Effects of saturated fat, polyunsaturated fat, monounsaturated fat, and carbohydrate on glucose-insulin homeostasis: A systematic review and meta-analysis of randomised controlled feeding trials. PLoS Medicine, 13(7), e1002087. https://doi.org/10.1371/journal.pmed.1002087
Ganesan, K., Sukalingam, K., & Xu, B. (2019). Impact of consumption of repeatedly heated cooking oils on the incidence of various cancers: A critical review. Critical Reviews in Food Science and Nutrition, 59(3), 488–505. https://doi.org/10.1080/10408398.2017.1379470










