Af en toe een glas alcohol tijdens je zwangerschap?
Nog steeds geen goed idee, sorry
Er is stevige commotie ontstaan op sociale media, doordat sommige influencers het weer eens beter menen te weten dan vrij letterlijk elke expert. En zo naar tienduizenden volgers roepen dat een beetje alcohol drinken tijdens de zwangerschap toch wel moet kunnen. En als ze vervolgens hierop worden gewezen door mensen die wél behept zijn met enig kritisch denkvermogen, zich wentelen in een slachtofferrol, roepen dat je als man toch iets meer bescheidenheid moet betrachten en je uiteindelijk opdragen om een boek te lezen, waaruit zou blijken dat zij toch echt wel gelijk hebben.
Als er iets dergelijks gebeurt zijn twee dingen tegelijkertijd waar.
De influlu c.q. mama in de dop moet helemaal zelf weten of ze alcohol drinkt tijdens haar zwangerschap, ongeacht wat ik of een ander daar verder van vindt.
Zodra je op sociale media voor tienduizenden volgers niet alleen alcohol drinkt tijdens je zwangerschap, maar ook beweert dat dit wetenschappelijk onderbouwd veilig is, geef je een verkeerd beeld. Je normaliseert alcoholgebruik tijdens de zwangerschap niet alleen, je legitimeert het ook. En aangezien je op TikTok of Instagram zit om geld te verdienen met je bereik, mag je ook aangesproken worden op je verantwoordelijkheden met betrekking tot dit bereik.
De rest van dit stuk gaat dus over de tweede kwestie.
Expecting Better
Het boek waar mensen zich op beroepen, is geschreven door econoom Emily Oster in 2013, genaamd Expecting Better. Hierin duikt Oster in de cijfers van geboorteadviezen over bijvoorbeeld voeding en dus alcohol. Specifiek legt ze uit wat de beschikbare onderzoeken zeggen en waar deze beperkt zijn. Om vrouwen beter te informeren, zodat ze op basis van alle data zélf een afweging kunnen maken. En daar valt an sich best wat voor te zeggen. Niets mis met alle cijfers en feiten glashelder op tafel leggen.
Het is dan verder ook niet per se een boek vol onzin en Oster is ook niet per se een doorsnee afgedwaalde nepexpert, laat dat duidelijk zijn. Ze is zeer capabel in het uiteenzetten van de betreffende literatuur en wat niet al. Er staan bijvoorbeeld zeer valide kanttekeningen in over de richtlijnen in de VS met betrekking tot vis eten en koffie drinken.
Des te vreemder is het dat ze juist op het gebied van alcohol de plank zo hard mis slaat dat je je afvraagt of ze überhaupt wel weet wat een plank is of misschien wel in een land of zelfs dimensie leeft waar de plank nog niet is uitgevonden.
Laten we dus even door haar onderbouwing heen gaan en een paar studies waar ze zich op beroept erbij pakken. Disclaimer: het wordt nogal een zware bevalling (sorry). Als je hier dus alleen bent gekomen, omdat je zwanger bent en heel graag een glas wijn wil drinken en daarvoor een wetenschappelijk onderbouwd excuus zoekt, hoef je niet verder te lezen: dat is er niet.
Alcohol
Om helder te krijgen waarom haar adviezen belabberd zijn, is het eerst goed om te weten waarom alcohol eigenlijk wordt afgeraden tijdens een zwangerschap. Dit lijkt evident, maar vanuit wetenschappelijk, epidemiologisch én socialemedia-oogpunt is dat het dus blijkbaar niet. Dus moet het toch maar even uitgelegd worden.
Alcohol, ofwel ethanol, is een klein molecuul dat door de bloed-hersenbarrière en de placenta gaat. Het wordt omgezet in een giftige stof genaamd aceetaldehyde, wat bijvoorbeeld kankerverwekkend is en je DNA beschadigt. Het verstoort daarbij ook allerlei processen in je lichaam, waaronder ook weer de DNA-synthese. Alcohol morrelt daarbij aan de processen die essentieel zijn voor de celdeling. En vanaf bepaalde hoeveelheden is het neurotoxisch, dat wil zeggen: funest voor je zenuwstelsel. Het beïnvloedt de hormoonhuishouding, onderdrukt de immuunfunctie en zwengelt het de dopamineafgifte aan, waardoor het dus verslavingsgevoelig is. O ja en het verhoogt de kans op borst-, mond-, keel-, slokdarm-, lever- en darmkanker, zonder vastgestelde veilige ondergrens. Basically, all the good stuff.
Kortom: alcohol is een feest en daarom geen feest zonder alcohol. Elk molecuul kan via verscheidene biochemische routes schade aanrichten. Alleen is deze soms zo miniem dat je het niet per se merkt. En misschien is het zelfs wel zo dat het in hele kleine hoeveelheden helemaal niets doet, dat weten we dus niet precies.
We weten wel dat alcohol via de placenta bij het kind terechtkomt. Een kind dat moet groeien, hersenen aan moet leggen inclusief allerlei complexe neurale paden, ledematen moet aanmaken, als het even kan ook graag wat gezonde organen meekrijgt, et cetera. Zeg maar alles wat je zo’n beetje nodig hebt om van niets naar een levend, complex wezen als een mens te komen. Aangezien dat zo’n zorgvuldig, wonderbaarlijk en ongrijpbaar proces is en een embryo of foetus ook zo kwetsbaar is, leek het de gehele medische gemeenschap een prima plan om voor de zekerheid dan maar te adviseren daar dan maar zo min mogelijk gif bij te gooien.
Daar is ook reden toe vanuit de cijfers. We weten bijvoorbeeld dat als een moeder veel alcohol drinkt, dit tot allerlei ellende kan leiden bij het kind, zoals Foetaal Alcohol Spectrum Disorder (FASD), waarbij de alcohol voor allerlei schade bij de hersenen heeft gezorgd, waardoor het kind blijvende hersen- en lichaamsschade heeft. De ergste vorm hiervan is Foetaal Alcohol Syndroom, ofwel FAS.
Artikel gaat verder na schaamteloze zelfpromotie.
Schaamteloze zelfpromotie
In deze gratis serie zit erg veel tijd. Kun je dit gratis artikel waarderen?
Overweeg dan een donatie, als je mij financieel wil steunen. Of beter nog: word lid van de betaalde nieuwsbrief, dan krijg je er iets voor terug. Van het geld zal ik ongetwijfeld alcohol kopen.
Ondergrens
Dan is natuurlijk de vraag: hoe zit het met een ietsepietsie klein beetje? Je moet immers wel af en toe in een hippe Amsterdamse tent een leuke foto kunnen maken van een peperduur glas sjampoepel. En de eventuele schade die een enkel glas aan zou kunnen richten bij je kind weegt natuurlijk geenszins op tegen de existentiële schade die je zelf oploopt als je zomaar eens betutteld zou kunnen worden door de zogenaamde “experts”.
Dit is waar het boek van Oster om de hoek komt kijken. Zij adviseert op basis van naar eigen zeggen honderden studies dat je prima kan drinken tijdens je zwangerschap. En de hoeveelheden die ze adviseert zijn niet voor de poes. Ik zou haast zeggen: zelfs als je niet zwanger bent gewoon onverstandig
In het eerste trimester adviseert ze max één à twee glazen per week en in het tweede en derde trimester adviseert ze maximaal een glas per dag. Dit zijn geen gemiddelden, maar echte dagmaxima. Het gaat er volgens haar vooral om dat je niet stapelt, zodat je lichaam goed de alcohol op kan ruimen.
Als je dat doet, verwerkt je lichaam volgens Oster het gros van de alcohol, waardoor je kind veilig blijft.
Ze houdt alles bij op haar blog, dus haar meest recente fundament is hier te lezen.
Haar hoofdargument: dat veel drinken slecht is, betekent niet dat een beetje drinken dat ook is. Ook al is er geen veilige marge bekend. Volgens haar wordt er gesteld dat omdat bepaalde niveaus van alcoholconsumptie schadelijk zijn, elk niveau van alcoholconsumptie dat is.
Dat is nogal een stropop. Het advies niets te drinken tijdens de zwangerschap berust namelijk niet enkel en alleen op de kennis dat veel drank schade doet. Het berust ook op de bestaande kans dat een klein beetje drank dat ook doet, gezien de hierboven beschreven impact van alcohol en de kwetsbaarheid van een embryo of foetus.
Daarnaast probeert ze in haar betoog een driekoppige draak epidemiologisch te onthoofden. De eerste kop is gedragsproblemen, de tweede cognitieve vaardigheden en de derde vroeggeboortes en miskramen.
Ze beroept zich op verscheidene studies die op basis van vragenlijsten keken naar of en hoeveel vrouwen dronken tijdens hun zwangerschap en wat dit voor effect had op het kind. Daaruit bleek doorgaans dat er bij kleine hoeveelheden in de cijfers geen zichtbare effecten waren. Conclusie: trek een fles open.
Hierin zit een gigantische valkuil.
De afwezigheid van bewijs van schadelijkheid is niet hetzelfde als bewezen veilig.
En als het nou om neutrale stoffen ging zoals water, wat in grote hoeveelheden ook giftig kan zijn, had je daar een lans voor kunnen breken. Maar we hebben het over alcohol, waarvan we weten op wat voor manier het huishoudt in een mensenlichaam. Daar zit de crux. Daarbij is ook niet gezegd dat de draak niet meer koppen kan hebben. Alcohol kan misschien ook wel schade aanrichten op andere manieren dan onder deze drie noemers vallen.
Laten we de drie facetten langslopen en kijken naar haar onderbouwing.
Gedragsproblemen
Op haar website lezen we:
Het onderzoek1 is dus uit 2010, naar 3000 vrouwen, waarbij werd gekeken naar de impact van drinken tijdens de zwangerschap op het gedrag van de kinderen op de leeftijd van twee, vijf, acht, tien en veertien jaar.
Uit de cijfers lijkt zowaar dat er een (statistisch niet significant) positief effect is van drank bij de zwangerschap, zelfs na correctie voor sociaaleconomische factoren en eigenschappen van de moeder zelf. Licht tot matig drinken in de eerste drie maanden zou samenhangen met iets minder gedragsproblemen over veertien jaar, maar dus niet met meer. Hierop concluderen de auteurs dat uit deze cijfers blijkt dat licht tot matig drinken geen risicofactor is voor gedragsproblemen.
Dat uit de data juist een klein positief effect blijkt, zou alle alarmbellen af moeten doen gaan: er is dan waarschijnlijk nog iets anders aan de hand. Een stoorfactor waar niet naar is gekeken.
De onderzoekers hebben opleiding en inkomen onder de loep genomen (en zelfs daarin vrij brede maten genomen), maar bijvoorbeeld niet impulscontrole, stress, quality time met de kinderen of het IQ van de moeder. Dit erkennen de auteurs zelf ook, ze noemen dit eigenschappen rond zelfcontrole die zowel licht drinken faciliteren als beter ouderschap mogelijk maken.
De onderzoekers corrigeerden wél voor sociaaleconomische factoren, zoals opleiding, inkomen én zelfs de stresservaring van de moeder en vonden dat opleiding en inkomen in dít cohort niet eens samenhingen met alcoholinname. Toch blijft het positieve effect staan, wat een sterke aanwijzing is voor het ontbreken van andere factoren.
Je kunt alleen corrigeren voor wat je meet, en juist de moeilijk meetbare eigenschappen ontbreken: impulscontrole, zelfregulatie, de mentale gezondheid van de moeder, de kwaliteit van de omgang met het kind, ga zo maar door. Dit is overigens iets wat de auteurs ook zelf aandragen. Ze schrijven dat de zelfcontrole waarmee licht-matige drinkers hun drinken weten te beheersen "quite plausibly enables better parenting and positive child well-being", en erkennen in hun conclusie dat de resultaten, ondanks correctie voor sociaaleconomische status, nog steeds ongemeten psychosociale verschillen tussen lichte drinkers en geheelonthouders kunnen weerspiegelen.
Daarbij gaat hier de vlieger op die continu opgaat: je kunt niet bewijzen dat iets schadelijk is, omdat je niet precies weet waar je dan naar zoekt en niet alles kunt meten. Afwezigheid van dat bewijs is dus geen bewijs van dat het veilig is.
Cognitieve vaardigheden
Hierover schrijft Oster het volgende:
Hier haalt ze twee studies aan, een Australische2 en een Engelse3. We lopen er weer even doorheen.
Het Australische onderzoek keek naar meer dan 7000 vrouwen aan het begin van de jaren tachtig. Deze rapporteerden hoeveel ze dronken tijdens de zwangerschap, waarna hun kinderen werden gevolgd tot hun veertiende. Op dat moment deden er nog ruim 5000 vrouwen mee en zo’n 3700 kinderen. Conclusie: blijf je onder een glas per dag, dan is er geen impact op aandacht, leervaardigheden of cognitie. Vanaf een glas per dag treedt er wel een negatief effect op en deze stijgt met de hoeveelheid die wordt gedronken. Er is dus een dosis-responsrelatie, alleen niet onder een bepaalde drempel.
Het is verder best een prima onderzoek en niet zo gek dat Oster dit aanhaalt, maar ook hier liggen weer twee adders onder het gras: dat er geen schade is gevonden, betekent niet dat die schade er niet is, want misschien heb je er wel niet naar gezocht. Je weet immers niet per se waar je naar zoekt. En het feit dat je niks hebt gevonden in de uitkomstmaten waar je wél naar zocht, betekent niet dat alcohol alsnog geheel veilig is. Want, nogmaals, afwezigheid van bewijs betekent niet bewijs van afwezigheid. De auteurs claimen zelf ook geen gevonden “veiligheid”, maar zijn juist heel zorgvuldig in hun conclusies:“although a number of study limitations need to be considered, the results suggest that consumption at the level of <1 drink/day does not lead to adverse outcomes in relation to attention, learning and cognitive abilities, as measured in the current research.“
ALSPAC
Ook beroept Oster zich op een Engelse studie: de Avon Longitudinal Study of Parents and Children (ALSPAC), een groot cohort uit de regio Bristol waarin onder meer het IQ van de kinderen op achtjarige leeftijd werd getest.
Hieruit bleek dat kinderen van vrouwen die licht dronken tijdens de zwangerschap het niet slechter en soms zelfs iets beter deden dan kinderen van geheelonthouders. Hier zijn wel wat kanttekeningen. Er is een enkel meetpunt op de leeftijd van acht jaar. Het is niet gezegd dat dan alle schade zich al heeft gemanifesteerd, vaak kan deze ook later de kop opsteken.
En hier zit natuurlijk een sociaaleconomische adder onder het gras: lichte drinkers zijn gemiddeld ouder, hoger opgeleid en welvarender, en krijgen vaak kinderen die ook gunstiger een IQ-test uitrollen. Ongeacht wijn. Dit bleek uit een heranalyse4, waarbij werd gekeken naar genetische varianten voor alcoholafbraak. Deze omzeilt de sociaaleconomische stoorzender en dan blijkt: meer blootstelling in de baarmoeder aan alcohol hangt samen met een lager IQ op achtjarige leeftijd.
Deense Studie
In haar boek haalt Oster tevens een deelstudie aan van een reeks Deense onderzoeken naar 1600 zwangere vrouwen.5 Hierbij werd gekeken naar hoeveel zij dronken tijdens hun zwangerschap en wat voor impact dat had op een aantal cognitieve functies van het kind op vijfjarige leeftijd.
Wat blijkt: bij kinderen van zwangeren die een tot vier glazen per week dronken én van zwangeren die vijf tot acht glazen dronken, was er geen meetbaar verschil in het IQ, aandachtsspanne en executieve functies van het kind op vijfjarige leeftijd. Vanaf negen glazen per week was er wel significant effect op de aandachtsspanne.
Dit lijkt allemaal rooskleurig, maar de uitkomstmaten in dit onderzoek zijn natuurlijk niet alle symptomen voor FASD of überhaupt voor de mogelijke schade die je kunt aanrichten met alcohol. Want nogmaals: veel weten we ook niet. En er zijn bijvoorbeeld zat kinderen die weliswaar FAS hebben, maar geen afwijkend IQ. Dat zou natuurlijk ook kunnen voor schade die niet per se direct onder FAS valt. Daarbij kunnen klachten juist later parten gaan spelen, voorbij de vijfjarige leeftijd. Dit is dus alsof je een autoband in het water ziet dobberen en daarom concludeert dat je auto niet zal zinken als je ‘m op zee parkeert.
Millennium Cohort Study
Een studie die tevens vaak wordt gebruikt in deze discussie: de UK Millennium Cohort Study, een steekproef onder 11.000 kinderen in het Verenigd Koninkrijk begin deze eeuw. Deze kinderen werden op de leeftijd van drie, vijf en zeven jaar onderworpen aan allerlei testjes.678 De resultaten werden gelegd naast het drinkgedrag van hun moeders tijdens de zwangerschap.
Hieruit zou ook blijken dat als een zwangere één tot twee glazen per week drinkt, dit niet leidt tot een verhoogd risico op gedragsproblemen of cognitieve problemen, vergeleken met zwangere geheelonthouders. In sommige gevallen zou het zelfs slimmere kindjes opleveren, blijkt uit een latere heranalyse9. Specifiek jongens van lichte drinkers kwamen tijdens alle drie de meetmomenten slimmer uit de test.
Hierin zit natuurlijk een sociaaleconomische confounder ons recht in de ogen aan te kijken: lichte drinkers zijn vaak hoger opgeleid en welvarender. En kinderen zullen dus ook vaak slimmer zijn en allerlei dingen in het leven meekrijgen, waardoor gedragsproblemen misschien minder snel de kop opsteken. Daarbij is ook van belang hoe intelligent de moeder is. Uit dezelfde heranalyse is gebleken dat de voorsprong van de kinderen van lichte drinkers geheel te verklaren is door deze sociaaleconomische zijwieltjes, met als zwaarwegendste factor dat hun moeder ook gewoon slim was. Vrouwen die gematigd drinken zijn gemiddeld ouder en hoger opgeleid en krijgen dus ook kinderen die vrij slim zijn.
Maar dat betekent dus niet dat alcohol tijdens de zwangerschap geen schade aanricht of zelfs je kinderen slimmer maakt. Zelfs de auteur van de Millennium Cohort Study benadrukte dat de data niet betekenen dat licht drinken tijdens de zwangerschap verstandig is.
Tot slot: vroeggeboortes en miskramen
Hierover schrijft Oster dit.
Haar eerste onderzoek10 uit 2007 vond volgens haar geen sterk bewijs voor of tegen een verband met een miskraam. De auteurs schrijven er letterlijk achteraan:
"This systematic review found no convincing evidence of adverse effects of prenatal alcohol exposure at low–moderate levels of exposure. However, weaknesses in the evidence preclude the conclusion that drinking at these levels during pregnancy is safe."
De auteurs benadrukken hier dus ook dat dit niet zegt dat dergelijke hoeveelheden veilig zijn. In een review die Oster zelf gebruikt om haar standpunt te stutten. Ze haalt dus een stuk aan dat met zoveel woorden waarschuwt tegen precies de conclusie die ze zelf trekt en laat wel heel handig dat stuk eruit.
Voor vroeggeboorte stelt Oster dat er ook geen verband is bij lichte consumptie op basis van mede dit onderzoek.
Het tweede onderzoek11 is een grote studie naar bijna 100.000 vrouwen, waaruit zou blijken dat ook bij maar twee drankjes de kans op een miskraam wordt verhoogd. Ze schrijft zelf over het eerste trimester: “twice the risk of miscarriage for women drinking four or more drinks a week”. Maar dat is een understatement, het is factor 2,82 vanaf vier drankjes, dus bijna driemaal zoveel. En factor 1,66 vanaf twee glazen per week. Dat ligt in de bandbreedte van haar eigen adviezen: tot twee glazen per week in het eerste trimester.
Hoe dan schoffelt het onderzoek eigenlijk haar eigen adviezen onderuit. Het is wel zuiver dat ze het alsnog meeneemt in haar analyse, dat moet je haar meegeven, maar haar enige tegenwerping is dat het onderzoek niet perfect is. Ja, dat is zo, maar die kanttekeningen had ze natuurlijk ook bij al haar andere bronnen kunnen plaatsen. Ik heb nogmaals verder niet het idee dat Oster te kwader trouw is, maar het is wel opmerkelijk dat ze een nulresultaat standaard als geruststelling ziet en resultaten waaruit wel schade blijkt dus bagatelliseert.
Denkfout
Dit zijn natuurlijk maar een handvol onderzoeken uit een veel grotere stapel literatuur die Oster aanhaalt, maar ze illustreren de denkfout. Op sommige is misschien wel wat aan te merken, maar dat is niet het grootste probleem. Uit de data van elk van de studies blijkt weliswaar dat er geen schadelijke effecten zijn gevonden bij een kleine dosis alcohol, maar dat betekent op geen enkele manier dat het ook daadwerkelijk veilig is. De onderzoeken die ze wel aanhaalt, zijn verder gewoon goede onderzoeken, laat dat duidelijk zijn. Ze gaat zorgvuldig te werk en er is vrij weinig aan te merken op wat ze zegt.
Het is terecht dat ze stelt dat uit de data blijkt dat alcohol van een bepaalde grens schade aanricht en dat er geen schade is gevonden onder deze grens. Maar deze data zijn dus te beperkt om te concluderen dat alles onder die drempel dan wel veilig is. De kans is zelfs zeer aanwezig dat het onveilig is, al weten we dat dus, nogmaals, niet.
Daarbij zijn haar drie pijlers enigszins arbitrair, er zijn allerlei andere vormen van schade denkbaar, die niet onder deze paraplu vallen. Zoals fysieke.
Stel er zou er wel een onderzoek zijn waarin perfect zou worden uitgelicht dat, zeg, een glas per dag drinken geen enkele impact zou hebben op maar liefst 25 uitkomstmaten zoals IQ, uiterlijk, groei, gedrag, noem maar op. Dan nog zou het af te raden zijn alcohol te drinken. Omdat we dus niet weten of er misschien wel een 26e op de loer ligt. En omdat we niet weten of de gevoeligheid waarmee we die andere 25 maten meten wel hoog genoeg is om zelfs de kleinst denkbare impact vast te leggen, waarvan we niet eens weten dat-ie bestaat.
Dit is de essentie. De medische gemeenschap erkent dit kennishiaat en concludeert daarop: niet drinken. Ook omdat de baten, een enkel glas of twee glazen of whatever, op geen enkele manier opwegen tegen de eventuele kosten. Oster benadert het van de andere kant: er is geen duidelijke marge waarbij er schade optreedt en het is niet eens duidelijk wat die schade dan is, dus een klein beetje moet kunnen. Dat is, naja, gewoon bezopen.
Recente studie
Een van de redenen dat het lastig is dit te onderzoeken, is dat je altijd bent aangewezen op observationeel onderzoek, waarbij allerlei storende factoren om de hoek komen kijken waarvoor je moet corrigeren. En soms niet eens kúnt corrigeren. Een recent Zweeds onderzoek12 (working paper, nog niet peerreviewed) is in dat kader zeer interessant. Het nam vergelijkbare zaken onder de loep, maar dan net effe anders.
Er werd gekeken naar het alcoholbeleid in twee Zweedse regio’s dat eind jaren zestig van kracht werd voor 8,5 maand, waarbij bier in de supermarkten beschikbaar werd voor jongeren vanaf 16 jaar in plaats van 21 jaar. Waardoor ook de consumptie steeg. De onderzoekers keken naar kinderen die op dat moment in de baarmoeder zaten en volgden hun geestelijke gezondheid tot maar liefst middelbare leeftijd, tot soms 47 jaar oud. Inclusief psychologische keuringen bij militaire dienstplicht op hun achttiende.
Dit is interessant, want geen vragenlijstcohort met alle ellende door onnauwkeurigheid en confounding van dien. Het meet de impact van een externe beleidsimpuls en ze richten zich dus op kinderen die al waren verwekt voordat dit beleid van kracht werd en vergeleken deze met kinderen uit andere regio’s waarbij tijdens verwekking deze maatregelen niet golden, of met kinderen voor of na de 8,5 maand. Daardoor valt de bekende stoorzender van sociaaleconomische status weg en meet je veel directer een oorzakelijk verband.
Wat de onderzoekers vonden: blootstelling aan dit beleid verhoogde de kans op een psychiatrische diagnose op 42–47-jarige leeftijd met zestien procent. Depressie 24 procent. Angststoornissen vijftien procent. ADHD/autisme vijftig procent (van twee naar drie procent, ter nuance). Deze effecten waren het grootst bij jongens en bij blootstelling vanaf het tweede trimester. Op hun achttiende scoorden jongens vaker laag op psychologisch functioneren.
Let wel: dit gaat dus niet over een ietsiepietsie drank, dus ik gooi dit niet op tafel om alles wat Oster schrijft onderuit te weerleggen. Het illustreert alleen wel de eerdere kanttekeningen: dat schade door alcohol (zij het dus door meer dan licht gebruik) op latere leeftijd nog de kop op kan steken en dat deze schade ook in domeinen en uitkomstmaten kan opduiken die niet onder de drie noemers van Oster vallen, bijvoorbeeld psychiatrie en inkomen. Iets waar Oster niet over rept. Ook interessant: de auteurs verwijzen naar Osters boek als een van de oorzaken die het drinkgedrag onder zwangeren mede in stand houden. Daarmee is de buik mooi rond.
Geniet, maar drink dus niet
Oster beroept zich op uitstekende onderzoeken, waarbij de auteurs in de regel zeer voorzichtig hun data interpreteren. Oster zelf trekt hier echter veel verregaandere conclusies uit, wat opvallend is, aangezien ze verder secuur te werk gaat. Haar adviezen om tot twee glazen per week te drinken in het eerste trimester en maximaal één glas per dag te drinken in het tweede en derde trimester, worden in ieder geval niet goed onderbouwd met de onderzoeken die ze zelf aanhaalt. En zijn onverantwoord.
Voor alcohol is er geen veilige marge bekend. Juist daarom kun je beter niks drinken als je zwanger bent. Geen druppel, dat is simpelweg de veiligste keuze.
Dat is ook waarom je dit advies terugleest bij elke denkbare gezondheidsinstantie. Het Voedingscentrum. Jellinek. Het RIVM. Trimbos. De Gezondheidsraad. De WHO.
En ja, dat is voor mij makkelijk praten als man. Alhoewel. Ook mannen mogen best even stoppen met drinken in het kader van kinderen krijgen, zij het niet tijdens de zwangerschap, maar vanaf drie maanden voor bevruchting. Alcohol kan namelijk ook impact hebben op de zaadkwaliteit, aldus Trimbos.
Vanaf hoeveel glazen verhoog ik dan bij mijn toekomstige kinderen het risico op influencerschap op latere leeftijd?
Veel dank aan Dr. Kim Fairley voor de input over Osters werk en het meelezen vanuit methodologisch en empirisch perspectief.
Kan je dit gratis artikel waarderen?
Overweeg dan een donatie, als je mij financieel wil steunen. Of beter nog: word lid van de betaalde nieuwsbrief, dan krijg je er iets voor terug.
Robinson M, Oddy WH, McLean NJ, et al. Low-moderate prenatal alcohol exposure and risk to child behavioural development: a prospective cohort study. BJOG. 2010;117(9):1139–1150. https://doi.org/10.1111/j.1471-0528.2010.02596.x
O'Callaghan FV, O'Callaghan M, Najman JM, Williams GM, Bor W. Prenatal alcohol exposure and attention, learning and intellectual ability at 14 years. Early Hum Dev. 2007;83(2):115–123. https://doi.org/10.1016/j.earlhumdev.2006.05.011
Alati R, MacLeod J, Hickman M, et al. Intrauterine exposure to alcohol and tobacco use and childhood IQ (ALSPAC). Pediatr Res. 2008;64(6):659–666. https://doi.org/10.1203/PDR.0b013e318187cc31
Lewis SJ, Zuccolo L, Davey Smith G, Macleod J, Rodriguez S, Draper ES, Barrow M, Ring S, Gray R, Davey Smith G. Prenatal alcohol exposure and offspring cognition and school performance. A 'Mendelian randomization' natural experiment. Int J Epidemiol. 2013;42(5):1358–1370. https://academic.oup.com/ije/article/42/5/1358/623302
Kesmodel US, Bertrand J, Støvring H, Skarpness B, Denny CH, Mortensen EL; Lifestyle During Pregnancy Study Group. The effect of different alcohol drinking patterns in early to mid pregnancy on the child's intelligence, attention, and executive function. BJOG. 2012 Sep;119(10):1180–1190. doi:10.1111/j.1471-0528.2012.03393.x. PMID: 22712700.
https://doi.org/10.1111/j.1471-0528.2012.03393.x PubMed
Millennium Cohort: 3-jarigen
Kelly Y, Sacker A, Gray R, Kelly J, Wolke D, Quigley MA. Light drinking in pregnancy, a risk for behavioural problems and cognitive deficits at 3 years of age? Int J Epidemiol. 2009 Feb;38(1):129–140. doi:10.1093/ije/dyn230. Epub 2008 Oct 30. PMID: 18974425.
https://doi.org/10.1093/ije/dyn230 Oxford Academic + 2
Millennium Cohort: 5-jarigen
Kelly Y, Sacker A, Gray R, Kelly J, Wolke D, Head J, Quigley MA. Light drinking during pregnancy – still no increased risk for behavioural difficulties or cognitive deficits at 5 years of age? J Epidemiol Community Health. 2012;66(1):41–48. doi:10.1136/jech.2009.103002.
https://doi.org/10.1136/jech.2009.103002 Wiley Online Library
Millennium Cohort: 7-jarigen
Kelly YJ, Iacovou M, Quigley MA, Gray R, Wolke D, Kelly J, Sacker A. Light drinking versus abstinence in pregnancy – behavioural and cognitive outcomes in 7-year-old children: a longitudinal cohort study. BJOG. 2013;120(11). doi:10.1111/1471-0528.12246. PMID: 23590126.
https://doi.org/10.1111/1471-0528.12246
Barbuscia A, Staff J, Ploubidis GB, Fitzsimons E, Maggs J. Light drinking during pregnancy: Social advantages explain positive correlates with child and early adolescent adjustment. Addict Behav. 2019 Nov;98:106003. doi:10.1016/j.addbeh.2019.05.027. Epub 2019 May 25. PMID: 31415972.
https://doi.org/10.1016/j.addbeh.2019.05.027 PubMed
Henderson J, Gray R, Brocklehurst P. Systematic review of effects of low–moderate prenatal alcohol exposure on pregnancy outcome. BJOG. 2007;114(3):243–252. https://doi.org/10.1111/j.1471-0528.2006.01163.x
Andersen A-MN, Andersen PK, Olsen J, Grønbæk M, Strandberg-Larsen K. Moderate alcohol intake during pregnancy and risk of fetal death. Int J Epidemiol. 2012;41(2):405–413. https://doi.org/10.1093/ije/dyr189
Linnros E, Nilsson JP. Prenatal Conditions and Midlife Mental Health: Evidence from an Alcohol Policy Experiment. CESifo Working Paper No. 12654. München: CESifo; mei 2026. https://ssrn.com/abstract=6723294















Fantastisch stuk, alleen al het lezen waard door dit pareltje: “[..]En de eventuele schade die een enkel glas aan zou kunnen richten bij je kind weegt natuurlijk geenszins op tegen de existentiële schade die je zelf oploopt als je zomaar eens betutteld zou kunnen worden door de zogenaamde “experts”” 😂
Twee kleine toevoegingen (geen correcties!)
Concern #1: “[…] vonden dat opleiding en inkomen in dít cohort niet eens samenhingen met alcoholinname.”
Als dat waar is, dan kon dit artikel direct de prullenbak in, want dan is er dus sprake van een knoeperd van een sampling bias! Want we weten namelijk dat dat verband er WEL is. En als je onderzoek dat verband niet laat zien, dan heb je dus een niet-representatieve steekproef… Voorts: zelfs al in haar blog zegt ze: “[…]Your baby actually can process some alcohol, but not as much as an adult[…]”
Euh *waarmee*? Niet met de lever in ieder geval. Het is echt middelbareschoolbiologie dat de lever voor een groot deel wordt omzeild door de ductus venosus en dat het bloed vanaf de placenta, hups de hersenen ingaat.
Er zijn geen data over, maar redelijkerwijs valt aan te nemen dat wat de placenta niet aan alcohol verwijdert, in een foetus zal circuleren tot het in de voorurine komt. En dus in het vruchtwater - wat de foetus weer doorslikt.
Conclusie is duidelijk en die was voor dit artikel ook al duidelijk: drink geen alcohol als je zwanger bent.
Denk even na is alcohol drinken echt belangrijker dan schade aan je kind geven?